Weg met cynisme op de werkvloer

U kent ze wel: cynische medewerkers die er weinig trek meer in hebben omdat ‘alles al eens geprobeerd is’. Ze wekken irritatie op bij welwillende collega’s en leidinggevenden. Ze vormen een lastige factor bij verandertrajecten. Hoe ontstaat dit cynisme? En is er wat tegen te doen?

Een cynische houding van werknemers herkent u door uitspraken als: “Ze luisteren toch niet naar wat wij zeggen” of “Ik kan hier niks aan veranderen” of “Ik heb het heel vaak aangegeven, maar er gebeurt nooit wat”. Waarschijnlijk heeft dit soort medewerkers in het verleden herhaaldelijk pogingen ondernomen om iets te veranderen die op niets uitliepen. Want ervaringen uit het verleden bepalen voor een groot deel iemands ‘gevoel van invloed’.

Cynische medewerkers voelen zich niet in staat om dingen te veranderen en ontwikkelen uiteindelijk een slachtofferrol. Dit verschijnsel wordt in de psychologie ‘aangeleerde hulpeloosheid’ genoemd (Seligman, 1972).

Bij het ‘gevoel van invloed’ gaat het niet om iemands feitelijke invloed, maar om de waargenomen invloed: het idee dat iemand heeft over zijn invloed. Want natuurlijk heeft een operator feitelijk minder invloed dan een leidinggevende. Maar minder invloed staat niet gelijk aan geen invloed. In de onderste lagen van organisaties hebben mensen vaak het gevoel dat ze helemaal geen invloed hebben. Het punt is dat iedereen in bepaalde mate invloed op zijn werk heeft, al is het maar door werk te weigeren in een onveilige situatie. Wat te doen?

Het goede nieuws is dat medewerkers hun gevoel van geen invloed te hebben ook weer kunnen afleren. Wat kunt u als leidinggevende of verandermanager doen om het idee van werknemers over hun invloed realistischer te maken?

Lees het hele artikel over cynisme.